Eveline Loriaux (Roche)

Mensen die doodgaan wegens gebrek aan medicijnen? Natuurlijk is dat niet acceptabel, zegt Eveline Loriaux van farmabedrijf Roche. Maar het is te simplistisch om dat alleen op het conto te schrijven van de farmaceutische sector. “Wij nemen onze verantwoordelijkheid.” Farmaceutische bedrijven die weglopen voor hun verantwoordelijkheid? Dat is geen plaatje dat Eveline Loriaux herkent. “Als wereldburgers vinden we het natuurlijk allemaal verschrikkelijk dat er mensen doodgaan aan ziektes waar een oplossing voor bestaat. Maar je kunt je afvragen of dat de verantwoordelijkheid is van de farmaceutische bedrijven. In elk geval niet alleen die van ons. Het is ingewikkelde materie waar heel veel partijen bij betrokken zijn."
 
"Ik kan me heel goed voorstellen dat artsen het frustrerend vinden als ze in de praktijk tegen situaties aanlopen waarin mensen doodgaan, maar het is niet terecht om daar de farmasector als enige partij verantwoordelijk voor te stellen. Dat ligt veel genuanceerder. De infrastructuur van de gezondheidszorg heeft in z’n geheel een upgrade nodig, anders is het dweilen met de kraan open.”

Overheid, Verenigde Naties, wereldgezondheidsorganisatie en farmaceutische bedrijven moeten daarin elk hun eigen verantwoordelijkheid nemen. Roche doet dat al door bijvoorbeeld in de minst ontwikkelde landen helemaal geen patenten aan te vragen. En waar ze al wel verleend zijn, ziet het bedrijf af van rechtszaken als bedrijven generieke varianten maken.” Het idee van Artsen zonder Grenzen om het monopolie op patenten op te heffen, vindt ze dan ook niet echt opportuun. “Daar hebben wij geen behoefte aan, want in de praktijk hebben we dat al geregeld. Geneesmiddelen waar grote behoefte aan is in ontwikkelingslanden, worden al beschikbaar gesteld tegen gereduceerde prijzen en van de meeste door ons ontwikkelde essentiële medicijnen op de lijst van de WHO, zijn de patenten allang verlopen.”

Ook het idee dat farmaceutische bedrijven met minder winst genoegen zouden moeten nemen, kan niet echt op begrip rekenen. “We moeten allemaal ons steentje bijdragen, maar dat idee is echt te simpel. Wij zijn wel een commercieel bedrijf, en juist daardoor kunnen we investeren in de ontwikkeling van nieuwe therapieën. Daarin lopen we nu voorop en die innovatie kun je alleen volhouden als je een gezonde financiële positie hebt. Het ontwikkelen van nieuwe medicijnen is risicovol, dus het is belangrijk dat bedrijven gedurende een vastgestelde periode bescherming krijgen om de gemaakte kosten terug te verdienen. Maar dan wel in de rijke landen. Ik zie niet hoe je anders als bedrijf kunt overleven. Je mag tenslotte ook geen cd illegaal downloaden of een koffiezetapparaat namaken. Het is belangrijk dat het systeem die ontwikkelingskosten beschermt en zo bedrijven de gelegenheid biedt om innovatieve producten te blijven ontwikkelen. Maar dat mag nooit ten koste gaan van de arme landen.” En het idee dat de overheid zou moeten bijdragen aan de r&d-kosten van bedrijven? Geen goed plan, vindt Loriaux. “De overheid moet zorgen dat geneesmiddelen op de markt kunnen komen en dat er een goede infrastructuur is. Dan creëer je een gezond klimaat voor gezondheidszorg. Maar als de overheid zich gaat bemoeien met r&d, krijg je belangenverstrengeling en dat is niet wenselijk. De praktijk in de communistische landen heeft trouwens wel aangetoond dat een overheid die zich bemoeit met de ontwikkeling van medicijnen nog nooit iets van waarde heeft toegevoegd.” Roche is actief bezig met programma’s waarin kennis en technologie worden gedeeld met bedrijven die generieke producten maken, zodat de kwaliteit gegarandeerd wordt. Dat geldt bijvoorbeeld voor HIV/aidsmiddelen en voor anti-influenzamiddelen. Ook verzorgt Roche educatieprogramma’s waarbij werkers in de gezondheidszorg opgeleid worden in de oncologie. Een ander project is de Phelophepa-healthcare train in Zuid-Afrika. Dat is een rijdend ziekenhuis met naast gewone basisgezondheidszorg ook allerlei specialismen aan boord. Die trein rijdt door landelijke gebieden om zorg te verlenen en werkers in de gezondheidszorg op te leiden in de basiszorg. Ook intern zijn de medewerkers van Roche betrokken bij wat elders in de wereld gebeurt. Zo is er een langlopend project voor aidsweeskinderen in Malawi en worden medewerkers in de gelegenheid gesteld om een jaar in een ontwikkelingsland te gaan werken met baangarantie bij terugkeer.

Volgens Loriaux is Roche niet de enige die op dit spoor zit. Na de maatschappelijke discussie over geneesmiddelen tegen HIV/aids in het begin van deze eeuw hebben alle grote spelers soortgelijke maatregelen getroffen. De meeste bedrijven voeren gedifferentieerd beleid voor wat betreft patenten en prijzen voor ontwikkelingslanden. Hoe komt het dan dat farmaceutische bedrijven nog steeds worden gezien als de grote boosdoeners? Onwetendheid, vermoedt Loriaux. “Op de website staat vermeld wat wij allemaal doen en ook in onze jaarverslagen wordt aandacht besteed aan de maatschappelijke projecten. Roche is in de Dow Jones Sustainability Index al twee jaar achter elkaar uitgeroepen tot meest duurzame bedrijf in de gezondheidszorg. Maar bij het grote publiek blijven we lijden onder een achterhaald imago. Dat is wel eens frustrerend. Je wilt je niet op de borst slaan, maar feit is wel dat we veel doen.”