Transparantierichtlijn

Er komt een onafhankelijk centraal register om financiële banden tussen medische beroepsbeoefenaren en farmaceutische bedrijven volledig transparant te maken. De regeling is door de CGR tot stand gebracht in nauw overleg met onder andere artsenkoepel KNMG en Nefarma. Met de regeling komen farmabedrijven en beroepsbeoefenaren tegemoet aan de maatschappelijke wens tot transparantie die moet bijdragen aan versterkt vertrouwen in de farmacotherapeutische zorg. In 2009 laaide de discussie over de financiële relaties tussen de farmaceutische industrie en artsen op. De CGR heeft gehoor gegeven aan de oproep van toenmalig minister Klink voor een transparantieregeling. De regeling komt bovenop al bestaande afspraken over transparantie over andere vormen van samenwerking. Deze afspraken blijken in de praktijk goed te werken en blijven dan ook bestaan. Het ministerie van Volksgezondheid en de Inspectie voor de Gezondheidszorg hebben met de opzet ingestemd. Nefarma meent dat transparantie bijdraagt aan een betere zorg en kwaliteit. Aan het woord in dit dossier: Hugo Hurts, directeur Geneesmiddelen en Medische Technologie, ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport / Henk van Gerven, Tweede Kamerlid SP / Benk Korthals, voorzitter CGR / Ilja Morée, VP Corporate & Legal Affairs bij AstraZeneca / David Verboven, Compliance en QA Officer bij UCB.

Gedragscode openbaarmaking financiële relaties

Kern van de CGR-regeling is een centraal register waarin bedrijven en artsen hun financiële relaties moeten melden. In de overeenkomsten die zij met elkaar afsluiten, bepalen ze wie de verantwoordelijkheid voor openbaarmaking op zich neemt. Het register is zo ingericht dat ook andere financiële relaties van medici kunnen worden toegevoegd, zoals die met zorgverzekeraars. Via een openbare website kan iedereen het register raadplegen door te zoeken op de naam van beroepsbeoefenaar, samenwerkingsverband of instelling.

Code ter voorkoming van belangenverstrengeling

Koepelorganisaties van artsen, specialisten en onderzoekers hebben het initiatief genomen een uniforme code op te stellen ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling tussen medici en de farmaceutische industrie bij medische advisering en richtlijnontwikkeling tegen te gaan.

Hugo Hurts (VWS)

Zelfregulering werkt

“Ik ben blij dat het transparantieregister er komt. In Europa lopen we daarmee voorop. In Nederland hebben we gekozen voor zelfregulering. Op het gebied van publieksreclame en gunstbetoon kenden we dat al. Uit evaluatie is gebleken dat het systeem van zelfregulering op deze gebieden goed werkt.

Henk van Gerven (SP)

Toezicht te beperkt

“Hoe meer transparantie, des te beter. Echter, zelfregulering is in mijn ogen niet voldoende. In het geval van de CGR is het een beetje zoals een slager die zijn eigen vlees keurt. Dat is misschien ook niet zo raar, want er gaat nog steeds ontzettend veel geld om in de industrie. Het is nog steeds winstgevend.

Benk Korthals (CGR)

Regulering proportioneel voor doel

“Tijdens het 10-jarig bestaan van de CGR in 2008 heeft toenmalig minister Klink opgeroepen tot transparantie van financiële relaties tussen artsen en farmaceutische industrie. Ook in de Tweede Kamer klonk de roep om een dergelijke verplichting. Betrokken partijen spannen zich intensief in middels zelfregulering te komen tot goede omgangsvormen.

Ilja Morée (AstraZeneca)

Vanzelfsprekend kost het uitvoeren van de richtlijn de bedrijven wel wat extra werk, onder meer omdat de huidige contractmanagement systemen moeten worden aangepast. Voor het ene bedrijf zal dat meer voeten in de aarde hebben dan voor het andere. Zelf heb ik kunnen meedenken over de praktische invulling van de richtlijn.

David Verboven (UCB)

De invoering van de Gedragsregels openbaarmaking financiële relaties is een ontwikkeling waar wij bij UCB volledig achter staan en waar wij graag aan bij dragen. Wij zijn van mening dat transparantie bijdraagt aan het vertrouwen van het brede publiek in de zorg en alle daarbij betrokken partijen. Vertrouwen in de zorg is nodig om in de nabije toekomst de kwaliteit van de zorg verder te kunnen verbeteren.