Dierproeven

Nefarma vindt dat dierproeven onmisbaar zijn bij de ontwikkeling van effectieve en veilige geneesmiddelen. Nefarma vindt dat dierproeven op ethisch verantwoorde wijze moeten worden uitgevoerd. Alleen als het doel van de proef niet via andere methodes kan worden bereikt, is een dierproef gerechtvaardigd. Het belang van de proef moet opwegen tegen het leed dat het proefdier wordt aangedaan. Strenge regels zijn hierbij een belangrijk hulpmiddel. Regelgeving dient wel goed aan te sluiten bij die in andere landen. Te strenge eenzijdige Nederlandse wetgeving leidt tot verplaatsing van dier-proeven naar andere landen en komt het welzijn van de proefdieren niet ten goede. Industrie en wetenschap werken intensief aan ontwikkeling van goede alternatieven voor dierproeven. Dit gaat langzaam. Het is moeilijk betrouwbare alternatieve methoden te ontwikkelen en het vergt veel tijd alternatieven internationaal gevalideerd en toegelaten te krijgen.

 


Waarom dierproeven?

De samenleving heeft grote behoefte aan veilige en effectieve geneesmiddelen. Voor de ontwikkeling daarvan zijn dierproeven noodzakelijk. Er worden dierproe-ven gedaan bij onderzoek naar biologische processen en dierproeven spelen een essentiële rol bij het testen naar veiligheid en werkzaamheid bij de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen. Met resultaat: dertig tot veertig procent van alle potentiële geneesmiddelen valt af tijdens het dierproevenonderzoek. Ongeveer zeventig procent van alle ernstige bijwerkingen bij mensen wordt al tijdens dier-proeven gevonden. Dierproeven zijn daarnaast uit veiligheidsoverwegingen wettelijk verplicht: voordat Europese en Nederlandse instanties nieuwe geneesmiddelen of vaccins goedkeuren, eisen zij tot in detail bewijsmateriaal uit dierexperimenten. Mensen zijn kwetsbaar voor veel van dezelfde of soortgelijke ziekten als dieren. Ze hebben 65 infectieziekten gemeen met honden, 50 met koeien , 46 met schapen en geiten, 42 met varkens, 35 met paarden, en 26 met pluimvee. Voorbeelden zijn de (vogel)griep, Q-koorts, rabiës en malaria. Dit is niet verwonderlijk, omdat we al duizenden jaren met en tussen deze dieren leven. Ook is het niet vreemd dat zowel mens als dier geteisterd wordt door een groot aantal chronische ziektes, zoals epilepsie, hemofilie en diabetes. Zoogdieren en mensen hebben eenzelfde inwendige organisatie en maken gebruik van soortgelijke biochemische processen. Zo kon Louis Pasteur honden gebruiken als een diermodel voor onderzoek naar hondsdolheid. Hij kon een in mensen effectief vaccin tegen hondsdolheid ontwikkelen omdat (1) honden en mensen beiden hondsdolheid ontwikkelen, en (2) het immuunsysteem van honden en mensen op eenzelfde manier reageren op het rabiës virus dat deze ziekte veroorzaakt. Voor dit onderzoek deed het er niet toe dat mensen en honden op andere manieren verschillen. Zo kunnen honden geen aids of mazelen krijgen.


Strenge regelgeving

Dierproeven mogen niet zo maar worden uitgevoerd. In de Wet op Dierproeven is nadrukkelijk aangegeven dat dierproeven verboden zijn, tenzij er geen alterna-tieve methode is. Bij de meeste dierproeven worden muizen en ratten gebruikt. In speciale onderzoeken zeer kleine aantallen honden, katten of apen gebruikt. Sommige menselijke ziekten zijn moeilijk te bestuderen omdat ze niet van nature in dieren voorkomen. Dan wordt vaak gebruik gemaakt van genetisch aangepaste dieren die een menselijke ziekte imiteren. De overheid moet beleid ontwikkelen voor een verantwoorde uitvoering van dierproeven aangezien zij de uitvoering van dierproeven bij ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen verplicht. Het Nederlandse beleid dient goed aan te sluiten bij die van andere Europese landen. Te strenge eenzijdige Nederlandse wetgeving leidt tot verplaatsing van dierproeven naar andere landen en komt het welzijn van de proefdieren niet ten goede. Daarnaast moeten industrie en overheid gezamenlijk werken aan ontwik-keling en implementatie van goede alternatieven voor dierproeven. Echter, de realiteit is dat we voorlopig niet zonder dierproeven kunnen.


Steeds minder dierproeven

Het aantal dierproeven in Nederland neemt af. In 2000 werden bijna 750.000 dierproeven gedaan, in 2007 (laatste officiële cijfers) minder dan 600.000. Dit zijn vooral muizen, ratten en kippen. Ongeveer veertig procent van het aantal proefdieren in ons land wordt gebruikt bij geneesmiddelenonderzoek en productie en controle van vaccins. Daarnaast worden proefdieren vooral gebruikt bij het wetenschappelijk onderzoek en in mindere mate voor het testen van de schade-lijkheid van stoffen, in onderwijs en diagnostiek.


Verantwoord omgaan met dierproeven

De farmaceutische industrie streeft naar verantwoord gebruik van proefdieren. Al ons proefdieronderzoek wordt zorgvuldig opgezet en uitgevoerd: met een mini-mum aantal van de meest geschikte dieren en zo min mogelijk ongemak en stress voor de dieren. De 3 V’s (vervanging, vermindering en verfijning van dierproeven) zijn belangrijk bij onze inzet voor een verantwoord gebruik van dieren. Waar mogelijk gebruiken we alternatieve, diervrije onderzoeksmethoden (zoals computermodellen, celkweek en moderne methoden om veel chemische stoffen tegelijk te kunnen screenen). Veel farmaceutische bedrijven stimuleren ontwikkeling en gebruik van nieuwe alternatieve methoden actief met subsidies voor wetenschappelijke instellingen en prijzen voor medewerkers.


Wees eerlijk en open over dierproeven

Ondanks alle ontwikkelingen voor alternatieve methoden voor dierproeven, is het zaak reëel te blijven. Alternatieve methoden hebben hun beperkingen. Ze kunnen niet de ingewikkeldheid van het ziekteproces in een levend wezen nabootsen. Een potentieel geneesmiddel zal in het juiste deel van het lichaam, in de juiste concentratie, de juiste hoeveelheid tijd aanwezig moeten zijn, om het gewenste effect te produceren. En veilig zijn. Deze vragen kunnen alleen worden beantwoord door het uitvoeren van goed ontworpen testen in levende dieren. Het is zaak hierover eerlijk en open te zijn. Veel bedrijven doen dat. Ook de overheid moet duidelijk stelling nemen in het maatschappelijk debat over dierproeven. Zij is immers opdrachtgever voor het merendeel van dierproeven.