Keuze op basis van medisch-inhoudelijke afwegingen, zonder financiële prikkels
De arts of de apotheker moet onafhankelijk van financiële prikkels de beste keuze voor de individuele patiënt kunnen maken. Samen met de patiënt moet hij uitkomstmaten en einddoelen vaststellen. Iedere sturing van het individuele recept of aflevering op basis van welke andere stimulans dan alleen deze uitkomstmaten en gezondheidsdoelen van de patiënt, dient dan ook voorkomen te worden. Therapeutische sturing kan dan namelijk leiden tot een suboptimale behandeling van patiënten.
De arts moet zich bij zijn voorschrift laten leiden door de richtlijn, zoals opgesteld door de beroepsgroep, en andere wetenschappelijke informatie. Hij moet de vrijheid hebben hier in individuele gevallen beargumenteerd van af te kunnen wijken. Sturing van artsen dient daarom alleen plaats te vinden op vooraf gedefinieerde en individueel afgesproken uitkomsten (die kunnen afwijken van het landelijk gemiddelde).
Transparantie noodzakelijk
Om sturing op basis van morele of financiële prikkels te voorkomen, dienen er gelijke rechten en plichten voor alle partijen in de zorg te bestaan. Daarover moet transparantie bestaan. Een voorbeeld van therapeutische sturing waarbij dit niet het geval is, vindt plaats via ondoorzichtige contracten tussen arts/apotheker en verzekeraar. Verzekeraars maken soms via deze contracten afspraken over het voorschrijven van specifieke geneesmiddelen. Deze contracten zijn niet openbaar en dus niet inzichtelijk voor de patiënt/verzekerde, maar ze hebben wel degelijk invloed op de vraag welk geneesmiddel de patiënt mee naar huis krijgt.